Eveline Kroezen

Feb 20

GGZ clienten laten hun stem horen

geplaatst om 10:49 in categorie ggz

Het Landelijk Platform GGZ is naar de rechter gestapt om de eigen bijdrage in de GGZ aan te vechten. Ik ben blij dat juist een cliëntenorganisatie dit initiatief neemt. Volgens mij is dat de enige manier die een kans van slagen heeft.

Cliënten moeten sinds januari 2012 200 euro per jaar eigen bijdrage betalen voor ambulante ggz-behandeling. Voor ambulante behandeling van lichamelijke klachten wordt deze eigen bijdrage niet gevraagd. Blijkbaar kunnen mensen er niets aan doen als zij hun been breken of suikerziekte ontwikkelen. En blijkbaar is het je eigen schuld als je een depressie hebt of een angststoornis ontwikkelt. Voor straf moet je dan een eigen bijdrage betalen. Mensen met psychische klachten wachten vaak lang voordat zij hulp inschakelen. Zij schamen zich voor hun problemen en hebben het gevoel dat zij falen. Deze beleving wordt door de eigen bijdrage bevestigd.

Inmiddels hoor ik van allerlei kanten dat mensen, die vanwege ernstige psychiatrische problemen hulp nodig hebben, afhaken omdat ze een eigen bijdrage moeten betalen. De verwachting is dat een deel van deze mensen later alsnog hulp nodig heeft. Hun klachten zullen dan verergerd zijn en in een aantal gevallen zal gedwongen hulpverlening niet meer te vermijden zijn. GGZ instellingen en de brancheorganisatie GGZ Nederland hebben hier al voor gewaarschuwd. Zonder effect. Nu protesteren brancheorganisaties altijd als er op hun branche gekort wordt of als hun branche er op een andere manier op  achteruit gaat. Ik kan me voorstellen dat een minister dergelijke protesten niet al te serieus neemt of denkt dat men bang is voor de eigen baan.

Daarom ben ik zo blij dat juist de cliënten het heft in handen nemen  Hopelijk wordt er naar hen wel geluisterd.

 

   

Geen reacties » | Permanente link

Feb 16

Kleine GGZ

geplaatst om 17:26 in categorie ggz

Kleine instellingen voor geestelijke gezondheidszorg (GGZ) blijven. Dat is een van de conclusies uit het rapport  “Van Instituten naar Ondernemingen in de GGZ”, dat Boer & Croon onlangs heeft gepubliceerd. Ik vond dat een opvallende conclusie. Tot nu toe worden kleine GGZ-praktijken nauwelijks serieus genomen. In een enkel geval worden zij als een lastige horzel in de pels gezien, maar daar blijft het wel bij. Volgens het rapport blijven ze dus en zullen ze een deel van de markt bedienen. Hun kracht is dat ze dichtbij en dus bereikbaar zijn.

Dit betekent nogal wat. Het betekent voor grote GGZ-instellingen dat zij daar rekening mee moeten houden in hun strategie. Het betekent dat zij moeten bedenken of zij zich willen richten op dit marktaandeel of dat ze het laten gaan.

Het betekent ook wat voor kleine GGZ-organisaties. Ik zit zelf in de raad van toezicht van een kleine organisatie. Ik merk hoeveel moeite het kost om basale kwaliteitsinstrumenten, zoals een privacyreglement of een klachtenregeling, goed te organiseren. Ik hoor dat het lastig is om contracten met zorgverzekeraars te sluiten, omdat die het veel te bewerkelijk vinden om met al die kleine partijen te onderhandelen. En ook de bedrijfsvoering vergt heel veel tijd en energie. Dit komt doordat aan kleine praktijken dezelfde eisen worden gesteld als aan grote instellingen.

Kleine GGZ-praktijken ondervangen dit door zich te organiseren, bijvoorbeeld in 1np. Maar zijn het dan nog kleine praktijken? Of moeten er aan kleine GGZ-praktijken, die veelal mensen met lichtere problematiek behandelen, lichtere eisen worden gesteld? En wat betekent dat voor de kwaliteit? Wat wil de klant? Interessante vragen. En handig om daar eens over na te gaan denken. Ze blijven immers, die kleintjes.

   

Geen reacties » | Permanente link

Feb 13

Organisatieonderzoek

geplaatst om 15:13 in categorie Algemeen

C3 heeft een nieuw product ontwikkeld, organisatieonderzoek. Of eigenlijk is het geen nieuw product, want we doen het allang. Grappig hoe dat werkt. We constateerden dat er steeds meer vraag is naar organisatieonderzoek en besloten daar een product op te ontwikkelen. Vervolgens bekeken we wat C3 al gedaan heeft aan organisatieonderzoek. Dat bleek een flink aantal onderzoeken te zijn. Daarna hebben we opgeschreven hoe we deze onderzoeken hebben aangepakt. Dit dwong ons om te formuleren wat wij belangrijk vinden bij organisatieonderzoek en hoe we dat methodisch invullen. We ontdekten dat er twee vormen van onderzoek zijn, diagnostisch organisatieonderzoek en preventief organisatieonderzoek. We hebben beide vormen van organisatieonderzoek beschreven en op onze website gezet (zie http://www.c3am.nl/nl/organisatieonderzoek/).

Dit hele proces heeft ertoe geleid dat de activiteit, die we al lang uitvoerden, een product is geworden. Het heeft er ook toe geleid dat we de onderzoeken, die we op dit moment uitvoeren, veel bewuster aanpakken. En het is makkelijker geworden om van tevoren te vertellen hoe we een organisatieonderzoek aanpakken.

Een hele natuurlijke manier van productontwikkeling dus.

   

Geen reacties » | Permanente link

Jan 30

Het salaris van de commissaris

geplaatst om 14:29 in categorie Governance

De beloning van commissarissen en toezichthouders bij maatschappelijke organisaties roept veel debat op. Het is ook een ingewikkelde kwestie. Ik heb begrepen dat er destijds is besloten om toezichthouders en commissarissen van maatschappelijke organisaties te betalen, om te benadrukken dat het een officiële functie is met veel verantwoordelijkheden. Het idee was dat je vanwege de vergoeding eisen kunt stellen aan het niveau van commissarissen en aan hun inzet en aanwezigheid.

Ik weet nog hoe dat ging bij mijn eerste commissariaat. Ik had gesolliciteerd als commissaris bij een woningcorporatie en doorliep een zware sollicitatieprocedure. De werving werd gedaan door een werving- en selectie bureau. Ik had eerst een gesprek bij dat bureau en vervolgens twee gesprekken met een brede delegatie van de woningcorporatie. Ik vond het op dat moment allemaal een beetje overdreven voor een vrijwilligersbaantje. Pas na mijn aanstelling ontdekte ik dat ik er een vergoeding voor kreeg. Ik had daar tijdens de sollicitatie niet naar gevraagd, en niemand had het mij verteld.

Aanvankelijk was ik dus verbaasd dat ik betaald werd voor mijn commissariaat. In de loop der tijd ging ik uitrekenen hoeveel uur ik aan mijn commissariaat besteedde en wat mijn gemiddelde uurloon was. Dat bleek beduidend lager te zijn dan het tarief dat ik krijg als interim-manager en adviseur.

En daar zit meteen de paradox. Aan de ene kant betalen we commissarissen en toezichthouders van maatschappelijke organisaties om de zwaarte van de functie en de bijbehorende verantwoordelijkheden te benadrukken. Aan de andere kant is de vergoeding niet echt marktconform. Het is dus een compromisvergoeding. En compromissen leiden er nu eenmaal toe dat niemand echt tevreden is en dat er steeds opnieuw discussie ontstaat.

Daarom denk ik steeds vaker dat er een keuze gemaakt moet worden. Toezichthoudende functies bij maatschappelijke instellingen zijn of vrijwilligerswerk of een officiële baan. Als we ervoor kiezen om met vrijwilligers te werken, dan krijgen de commissarissen en toezichthouders dus geen vergoeding. Dan moeten maatschappelijke instellingen op zoek naar toezichthouders, die vanuit hun maatschappelijke betrokkenheid bereid zijn om hun deskundigheid en tijd in te zetten voor een maatschappelijke organisatie. Uit ervaring weet ik dat dergelijke mensen echt bestaan. Als we ervoor kiezen om er een officiële, betaalde functie van te maken, dan moeten we commissarissen en toezichthouders een reëel salaris geven en daar verder niet over zeuren.

 

   

Geen reacties » | Permanente link

Jan 2

Efficiente zorg

geplaatst om 11:02 in categorie Algemeen, Ruim denken

Binnenkort ga ik met mijn zoon naar Afrika. Daarvoor heb je inentingen nodig. Dus de huisarts gebeld en een afspraak gemaakt. Vervolgens gebeurde er het volgende:

1. We moesten allebei een formulier invullen, waarop we aangaven welke inentingen we al gehad hadden. Dit hebben we keurig overgeschreven uit ons gele boekje, waarin alle inentingen staan genoteerd.
2. De praktijkverpleegkundige belde. Mijn zoon en ik hadden allebei een inenting nodig. Ze zou het recept naar de apotheek mailen, waar we het konden afhalen. Ik had echter een inenting voor gele koorts nodig en die mocht zij niet geven. Ik moest daarvoor een afspraak maken met een andere huisarts, die daarvoor erkend is.
3. Ik heb een afspraak gemaakt bij de andere huisarts.
4. Mijn zoon heeft de medicijnen afgehaald bij de apotheek
5. Mijn zoon en ik zijn samen bij onze eigen huisarts geweest. De praktijkverpleegkundige heeft mijn zoon een inenting gegeven, we kregen een recept mee voor malariapillen en we zijn voorgelicht over de voorzorgsmaatregelen, die we kunnen nemen.
6. We hebben de malariapillen afgehaald bij de apotheek
7. Ik heb de andere huisarts bezocht en kreeg daar een inenting tegen gele koorts.

Een omslachtig proces dus en niet erg klantvriendelijk.

Het had ook als volgt gekund:

1. Ik maak een afspraak bij de huisarts
2. Bij het consult kijkt hij in mijn elektronisch dossier, geeft me de juiste inentingen, licht mij voor over preventieve maatregelen en geeft malariapillen mee.

Dat zou een stuk makkelijker voor mijn zoon en mij zijn geweest. Het zou een stuk efficiënter en dus goedkoper zijn. Inmiddels heb ik begrepen dat ik ook naar een reizigerspoli had kunnen gaan. Daar heeft de huisarts me echter niet naar verwezen. Zou dat de marktwerking zijn?

 

 

   

Geen reacties » | Permanente link

Dec 15

Waarde lezer, wie bent u?

geplaatst om 15:36 in categorie Algemeen

Een jaar geleden heb ik mijn eerste blog geschreven. Ik moest toen wel over een drempel heen. Ik vond het namelijk een raar idee om mijn observaties, meningen en ideeen op internet te zetten, waar iedereen ze kan lezen. Je hebt immers geen idee wat er vervolgens mee gebeurt. En ook niet of er uberhaupt wel iemand is die ze leest.

Gedurende het afgelopen jaar heb ik gemerkt dat ik het leuk vind om te bloggen. Door het schrijven van een blog denk ik toch net wat langer over een onderwerp na. En het dwingt me om mijn gedachten goed te ordenen en helder weer te geven. Ook kijk ik anders naar de wereld om me heen, omdat ik steeds op zoek ben naar een onderwerp voor een nieuwe blog. Toch blijft het een raar idee dat ik niet weet wie mijn blogs leest en wat mijn lezers ervan vinden.

Gelukkig houdt het blogsysteem van C3 statistieken bij. Daarin kan ik zien dat mijn blogs het afgelopen jaar ruim 10.000 hits hadden, waarvan 5.000 unieke.  Dit betekent dat 5.000 mensen een blik hebben geworpen op een of meerdere van mijn blogs. Ik ben heel benieuwd wie dat zijn. Lezen jullie mijn blogs goed? En zo ja, wat vinden jullie ervan? Worden jullie erdoor op ideeen gebracht? Hebben jullie er wat aan? Kortom:

Waarde lezer, wie bent u?

   

Geen reacties » | Permanente link

Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) heeft berekend dat met ingang van 2013 ruim 200.000 mensen hun indicatie voor begeleiding en/of dagbesteding verliezen. Tweehonderdduizend mensen! Vijfendertig procent van deze mensen heeft psychiatrische problemen, zoals schizofrenie of een persoonlijkheidsstoornis. Ongeveer dertig procent heeft een verstandelijke beperking. Al deze 200.000 mensen hadden voorheen recht op zorg, die werd betaald vanuit de AWBZ. De verantwoordelijkheid voor het organiseren van deze zorg wordt overgedragen aan gemeentes. Bovendien vervalt het recht op zorg, het wordt een voorziening. Simpel gezegd betekent dit dat gemeentes zorg kunnen weigeren als het geld op is.

Gemeentes hebben dus de taak om voorzieningen te organiseren voor mensen met chronische beperkingen. Dat is een grote opgave. Zeker omdat de verwachting is dat gemeentes dat beter en goedkoper kunnen doen dan de AWBZ. Zij kennen de locale situatie immers en kunnen vrijwilligers, mantelzorgers of locale welzijnsvoorzieningen inzetten. Maar gemeentes hebben nog niet zoveel verstand van deze 200.000 mensen en hun beperkingen. Laat staan van de specifieke behoeftes van deze mensen. Daardoor zijn veel gemeentes geneigd om de bestaande zorg voort te zetten en de bestaande zorgaanbieders in te zetten. Dat vind ik jammer. Naar mijn idee zou het goed zijn als gemeentes hun eigen visie ontwikkelen. Bij voorkeur een visie, waarin participatie centraal staat. Vanuit deze visie kunnen zij een samenhangend aanbod ontwikkelen en aangeven welke vragen zij hebben aan zorgaanbieders. Dit lijkt me een spannend proces, waardoor de zorg echt kan vernieuwen. En, veel belangrijker, waardoor de maatschappelijke participatie van deze 200.000 mensen met een beperking groeit.

 

 

   

Geen reacties » | Permanente link

Nov 28

Het verhaal van de apotheker

geplaatst om 10:28 in categorie Algemeen

Op 22 november schreef ik een blog over de toekomst van de zorg (http://evelinekroezen.c3log.nl/de-toekomst-van-de-zorg/). Het algemene verhaal dat ik daar vertelde, wil ik graag verduidelijken met een voorbeeld uit de praktijk. Een apotheker vertelde mij dat veel oudere patiënten hun medicijnen op zo’n manier laten bezorgen, dat er zo vaak mogelijk een bezorger aan de deur komt. Zij doen dit door steeds een ander recept te laten bezorgen en niet alle recepten in één keer. De apotheker vermoedt dat dit komt doordat deze patiënten zich eenzaam voelen en behoefte hebben aan een praatje. Al is het maar een praatje met de bezorger van de apotheek. Door deze inefficiënte werkwijze, die overigens heel begrijpelijk is, wordt de zorg duurder.

De apotheker kan het zo laten. Hij kan het signaal echter ook oppakken en bij de gemeente of bij een welzijnsorganisatie neerleggen. Deze kunnen activiteiten opzetten, waardoor de ouderen zich minder eenzaam voelen. Bijvoorbeeld een telefooncirkel, waarbij de ouderen elkaar dagelijks opbellen. Maar er zijn natuurlijk allerlei andere activiteiten te bedenken om de eenzaamheid te doorbreken. Deze mensen zullen daardoor waarschijnlijk minder beroep doen op de bezorger van de apotheek. Het zou me niet verbazen als zij überhaupt minder medicijnen nodig hebben, omdat zij meer sociale contacten hebben. Zo dalen de kosten van de zorg.

Een klein voorbeeld uit de dagelijkse praktijk. Ongetwijfeld zijn er nog veel meer voorbeelden. Ik houd me daarvoor van harte aanbevolen.

   

Geen reacties » | Permanente link

C3 denkt na over de toekomst van de zorg. De vraag naar zorg zal de komende jaren immers toenemen. Dit komt doordat de zorg steeds meer mensen kan helpen. Bovendien doet de gemiddelde Nederlander eerder een beroep op de zorg dan vroeger. Ook de vergrijzing speelt een belangrijke rol. De vraag is hoe de zorg al deze zorgvragen kan beantwoorden. Natuurlijk moet de zorg de mogelijkheden, die ICT biedt, veel beter benutten. Natuurlijk moeten onnodige onderzoeken en behandelingen zo snel mogelijk geschrapt worden. Natuurlijk moeten zorginstellingen veel beter en efficiënter met elkaar samenwerken. En natuurlijk moet er een oplossing gevonden worden voor het dreigende personeelstekort.

Toch denk ik dat de oplossingen vooral buiten de zorg gezocht moeten worden. Dat we er  vooral voor moeten zorgen dat minder mensen een beroep doen op de zorg. Dit kan door het bevorderen van een gezonde leefstijl. En door het stimuleren van sociale verbanden, waardoor mensen meer voor elkaar gaan zorgen. Dit kan door het faciliteren van mantelzorgers en door de talenten van mensen met een beperking beter te benutten.

Over dit soort oplossingen zou het veel meer moeten gaan. Dit vraagt van de zorg dat zij buiten haar eigen kaders denkt. En dat zij bereid is om los te laten en misschien zelfs wel om een deel van haar budget in te leveren. Het vraagt van verzekeraars en overheid de moed om flink te investeren in de informele zorg en in preventie. Ook al zijn de voordelen op dit moment nog niet altijd aantoonbaar. En het vraagt van welzijn en maatschappelijke dienstverlening dat zij vernieuwende concepten ontwikkelt en dat zij de resultaten van haar werk veel beter zichtbaar maakt. Niet alleen in verhalen, maar ook in harde euro’s.

   

Geen reacties » | Permanente link

Nov 10

Samenwerkingsvormen

geplaatst om 22:34 in categorie Algemeen

Gisteren gaven Hans Hoek en ik een workshop over samenwerkingsvormen in de zorg. Tijdens deze workshop presenteerden we een model, dat we hebben ontwikkeld om te bepalen welke vorm van samenwerking het meest geschikt is. Centraal in dit model staat het doel dat de organisaties met de samenwerking willen bereiken. Uitgaande van dit doel bepalen de samenwerkingspartners wat dit op een aantal dimensies betekent. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om dimensies als zeggenschap, de mate van binding en de duur van de samenwerking. Als daar een beeld van is, kan men vrij eenvoudig de optimale samenwerkingsvorm bepalen. We zijn van plan om in de toekomst wat uitgebreider over dit model te publiceren.

Vervolgens hebben we twee praktijksituaties besproken. Dit leidde tot enkele tips, die ik u niet wil onthouden.

  1. Begin met het bepalen van de (sub)doelen
  2. Kies voor de meest lichte en eenvoudige vorm van samenwerking, waarmee je deze doelen kunt bereiken
  3. Analyseer bestaande samenwerkingsverbanden geregeld en let daarbij op het strategisch belang, het doel en de mate van zeggenschap die je in deze samenwerking hebt.

Op 23 november geven we weer een workshop over samenwerkingsvormen in de zorg. Voor deze workshop zijn nog enkele plaatsen beschikbaar.

   

Geen reacties » | Permanente link

Wilt u deze berichten via de email?


Zoeken