Eveline Kroezen
Categorie archief: 'verbinden en leren'
Dec 5
Tweehonderdduizend mensen
geplaatst om 12:26 in categorie Algemeen, verbinden en leren, welzijn & maatschappelijke dienstverlening
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) heeft berekend dat met ingang van 2013 ruim 200.000 mensen hun indicatie voor begeleiding en/of dagbesteding verliezen. Tweehonderdduizend mensen! Vijfendertig procent van deze mensen heeft psychiatrische problemen, zoals schizofrenie of een persoonlijkheidsstoornis. Ongeveer dertig procent heeft een verstandelijke beperking. Al deze 200.000 mensen hadden voorheen recht op zorg, die werd betaald vanuit de AWBZ. De verantwoordelijkheid voor het organiseren van deze zorg wordt overgedragen aan gemeentes. Bovendien vervalt het recht op zorg, het wordt een voorziening. Simpel gezegd betekent dit dat gemeentes zorg kunnen weigeren als het geld op is.
Gemeentes hebben dus de taak om voorzieningen te organiseren voor mensen met chronische beperkingen. Dat is een grote opgave. Zeker omdat de verwachting is dat gemeentes dat beter en goedkoper kunnen doen dan de AWBZ. Zij kennen de locale situatie immers en kunnen vrijwilligers, mantelzorgers of locale welzijnsvoorzieningen inzetten. Maar gemeentes hebben nog niet zoveel verstand van deze 200.000 mensen en hun beperkingen. Laat staan van de specifieke behoeftes van deze mensen. Daardoor zijn veel gemeentes geneigd om de bestaande zorg voort te zetten en de bestaande zorgaanbieders in te zetten. Dat vind ik jammer. Naar mijn idee zou het goed zijn als gemeentes hun eigen visie ontwikkelen. Bij voorkeur een visie, waarin participatie centraal staat. Vanuit deze visie kunnen zij een samenhangend aanbod ontwikkelen en aangeven welke vragen zij hebben aan zorgaanbieders. Dit lijkt me een spannend proces, waardoor de zorg echt kan vernieuwen. En, veel belangrijker, waardoor de maatschappelijke participatie van deze 200.000 mensen met een beperking groeit.
Afgelopen week was ik te gast bij het jaarcongres van de European Society for Paediatric Endocrinology. Dit congres vond plaats in Glasgow en er waren zo’n 3000 kinderartsen vanuit de hele wereld aanwezig. De deelnemers waren zeer gemotiveerd met de ontwikkeling van hun vak bezig. Zij wilden graag de laatste stand van zaken weten om deze te kunnen toepassen in hun dagelijkse praktijk. Tot laat in de avond werd er doorgepraat over de patiënten en werden er ervaringen uitgewisseld.
Het verbaasde mij dat er vooral aandacht werd besteed aan wat de dokter zelf kan doen. Op welk moment hij moet verwijzen, welke medicijnen hij voorschrijft en wanneer. Hoe hij door middel van betere gespreksvoering de therapietrouw kan vergroten. Er was echter nauwelijks aandacht voor het betrekken van de ouders bij de behandeling, laat staan de patiënten zelf. De inzet van sociale media of van interactieve methodieken kwam niet aan bod. Blijkbaar wordt er nog erg gedacht vanuit het model waarin de dokter weet wat goed is voor de patiënt. Dat vind ik jammer. Ik ben er namelijk van overtuigd dat een behandeling, waarin de patiënten en de mensen om hen heen optimaal betrokken worden, tot betere resultaten leidt.
Tijdens mijn vakantie ben ik rondgetrokken door Oost-Europa. Gelukkig ging alles goed en is er niemand ziek geworden. Ik ben dus niet in contact geweest met de Oost-Europese gezondheidszorg.
Toch zijn me tijdens mijn reis wel een aantal dingen opgevallen over de gezondheidzorg in deze regio. Het meest opvallend was dat je overal reclame zag voor dokters. Grote uithangborden, wegwijzers en billboards. Verder zagen we vooral in het grensgebied met Duitsland veel tandartsen. Zij noemden zich ook op zijn Duits Zahnarzt. Dit doet mij vermoeden dat veel Duitsers in Polen en Tsjechië naar de tandarts gaan. Het zal wel goedkoper zijn. Tenslotte vond ik het opvallend dat er vaak op toplocaties en in kapitale panden artsen gevestigd waren.
Deze ervaring maakt mij nieuwsgierig. Wat merkt een willekeurige toerist, die niet ziek wordt, van de Nederlandse gezondheidszorg? Wat valt op? Welk beeld krijgen ze van de gezondheidszorg in Nederland? Het zou interessant zijn om dit eens aan ze te vragen.
Apr 24
Grasmaaiers, autoafhankelijke samenleving en huishoudelijke apparaten
geplaatst om 09:52 in categorie Algemeen, verbinden en leren
Afgelopen vrijdag hebben mijn man en ik een nieuwe grasmaaier gekocht. Wij wilden eigenlijk een handmaaier hebben, maar we ontdekten al snel dat handmaaiers een uitstervend ras zijn. De winkels, die wij bezochten, hadden een uitgebreid assortiment elektrische grasmaaiers. De handmaaiers waren echter schaars, hier en daar stond er nog een enkeling. Uiteindelijk zijn mijn man en ik maar overstag gegaan en hebben we een elektrische grasmaaier aangeschaft.
Zaterdag las ik in de Volkskrant een artikel over de autoafhankelijke samenleving. Volgens onderzoeker Hans Jeekel zijn wij volkomen onthand zonder auto. Zonder auto zouden wij alle dingen, die wij nu op een dag doen, niet voor elkaar krijgen. Als voorbeeld noemt hij Vinex wijken. Deze wijken zijn zo ingericht dat je makkelijk bij de dichtstbijzijnde stad kunt komen. Als je echter naar een andere stad wilt, moet je wel over een auto beschikken om daar met een redelijke reistijd te komen.
Dit zijn slechts twee voorbeelden, die illustreren hoe het gebruik van allerlei gemechaniseerde hulpmiddelen steeds gewoner wordt. En dat de maatschappij daar steeds meer op ingesteld raakt. Des te verbazender is het dat dergelijke hulpmiddelen in de zorg nog geen gemeengoed zijn. Waar blijft de automatische beddenopmaker of de patientenvervoerrail? Zou het niet handig zijn als iedere bezoeker een routekaartje op maat krijgt?
Hetzelfde valt mij op bij huishoudelijke taken. Waarom is er geen elektrische vloerdweiler of een automatische strijkmachine? Waar blijft de automatische wc schoonmaker? Liever nog had ik een robot, die mijn hele huis schoon houdt. Dergelijke uitvindingen zijn blijkbaar heel lastig om te doen. Soms denk ik wel eens dat dergelijke uitvindingen minder prioriteit hebben, omdat huishoudelijk werk veelal door vrouwen wordt gedaan. Meer waarschijnlijk is dat het om zulke complexe handelingen gaat, dat het heel moeilijk is om daarvoor een apparaat te ontwikkelen.
Tot vorig jaar was ik directeur/bestuurder van een instelling voor maatschappelijke dienstverlening. Zoals elke bestuurder hield ik me bezig met het beheersen van risico’s. In de maatschappelijke dienstverlening liggen de risico’s vooral op het gebied van grensoverschrijdend gedrag. Denk daarbij aan agressie en seksueel geweld. Het is in deze sector belangrijk dat medewerkers de risico’s goed kunnen inschatten als er sprake is van huiselijk geweld. Je wilt immers voorkomen dat jouw cliënten of hun kinderen ernstig worden mishandeld. Ik heb dus veel geïnvesteerd in scholing van medewerkers om huiselijk geweld te herkennen en bespreekbaar te maken. En om de risico’s in te kunnen schatten. Ook het voorkomen en omgaan met agressie was een onderwerp dat voortdurend mijn aandacht had.
Enkele jaren geleden werd ik commissaris bij een woningcorporatie. Er gaat veel geld om in woningcorporaties en fraude is dus een zeer aanwezig risico. De woningcorporatie neemt allerlei maatregelen om fraude te voorkomen en rapporteert daar geregeld over aan de Raad van Commissarissen.
Onlangs was ik op bezoek bij Shell Pernis. Daar realiseerde ik me dat Shell weer met hele andere risico’s te maken heeft. Toen ik me bij de receptie meldde, kreeg ik een folder. In deze folder stonden de veiligheidsregels op een heldere manier beschreven. Door het hele gebouw hingen borden hoe men zich dient te gedragen om de kans op ongevallen te verkleinen. Buiten stond met dikke strepen aangegeven waar men wel mocht lopen en waar niet. Shell is een bedrijf, dat zich bezig houdt met brandbare stoffen. Het is dus logisch dat men ongelukken als een groot risico ziet en en er alles aan doet om die te voorkomen.
In ziekenhuizen spelen weer andere risico’s. Mijn collega Bart Wijnbergen was interim-programmamanager van het landelijke VMS-programma. Hij gaf onlangs een bevlogen presentatie over dit onderwerp. Hij vertelde dat er jaarlijks ruim 1500 mensen overlijden als gevolg van medische fouten. Het is dus voor ziekenhuizen van groot belang om dit risico terug te dringen.
Zo heeft elk bedrijf en elke sector zijn eigen specifieke risico. En elk bedrijf ontwikkelt zijn eigen maatregelen om deze risico’s terug te dringen. Ik denk dat bedrijven en sectoren daarbij van elkaar kunnen leren. Zo heb ik destijds in mijn organisatie extra maatregelen doorgevoerd om de kans op fraude te verkleinen. Mijn commissariaat bij de woningcorporatie had mij als het ware de ogen geopend voor dit risico. En misschien kunnen ziekenhuizen wel heel veel leren van de manier waarop Shell het risico op ongelukken terugdringt.
Jan 16
Is de zorg toe aan nieuwe leiders?
geplaatst om 12:08 in categorie Leiderschap, verbinden en leren
In het laatste nummer van Aedes-Magazine, het tijdschrift van de landelijke vereniging van woningcorporaties, staat een artikel waarin een pleidooi wordt gehouden voor zachte leiders. Grote ego’s zijn passé volgens de auteur, Judith Spruit. Woningcorporaties hebben volgens haar kwetsbare, inspirerende leiders nodig met visie en verbindingskracht.
In de volkshuisvesting is de laatste decennia veel veranderd. Voorheen moesten woningcorporaties huizen beheren, veel huizen. De vraag aan corporaties veranderde, zij moeten nu ook maatschappelijk vastgoed ontwikkelen en hun verantwoordelijkheid nemen voor de maatschappelijke infrastructuur. Kortom, woningcorporaties zijn maatschappelijke ondernemingen geworden. Het was voor de sector zoeken hoe hieraan invulling te geven. Ondernemerschap, creativiteit en durf werden belangrijke eigenschappen voor bestuurders van woningcorporaties, grote ego’s werden de norm. Eigenschappen als integriteit en betrouwbaarheid raakten op de achtergrond en waren niet trendy. In een aantal gevallen is dit goed gegaan, maar er zijn ook excessen ontstaan. Een aantal bestuurders nam te grote risico’s of zette zijn/haar creativiteit vooral ten gunste van zichzelf in. Deze misstanden zijn breed uitgemeten in de media.
Het artikel van Judith Spruit illustreert dat er een kentering gaande is en dat eigenschappen als kwetsbaarheid en het vermogen tot verbinden belangrijker worden en aan waarde winnen. De sector is in stabieler vaarwater gekomen en heeft daardoor behoefte aan een ander soort leider.
Naar mijn idee is er in de zorg een vergelijkbaar proces gaande. De vraag aan zorginstellingen is namelijk ook veranderd. De marktwerking is geïntroduceerd, zorginstellingen moeten onderhandelen over de prijs van DBC’s en kunnen meedoen aan aanbestedingen. Huisvesting is een belangrijk thema geworden. Ook zorginstellingen zijn een maatschappelijke onderneming geworden. Inmiddels zijn er ook in de zorg een aantal excessen geweest, doordat bestuurders te grote ego’s hadden, te veel risico’s namen of te creatief werden. Ook deze excessen zijn in de media belicht, hoewel ik de indruk heb dat dit minder uitgebreid is gedaan dan bij woningcorporaties.
Het is de vraag of de zorg al toe is aan zacht leiderschap. Ik denk het niet. Naar mijn idee is de sector nog zoekende, de marktwerking is nog niet uitgekristalliseerd en heeft zijn vorm nog niet gevonden. Dit betekent dat de zorg nog niet klaar is voor een herwaardering van eigenschappen als inspiratie en verbindend vermogen. Waarschijnlijk zijn er nog een aantal incidenten nodig voordat zacht leiderschap de norm wordt.
Ik ben heel benieuwd hoe u daarover denkt en zou het leuk vinden als u reageert.
Ik vind het leuk om andere sectoren te bezoeken. Telkens als ik dat doe, kom ik namelijk geїnspireerd en vol ideeёn terug. Ideeёn hoe het anders kan in de zorg en wat de zorg van andere sectoren kan leren. Onlangs nodigde een van de leden van een netwerk, waarin ik zit, ons uit voor een werkbezoek aan een cementfabriek. De vrouwelijke directeur leidde ons rond door haar fabriek, de ENCI in Velsen. Het is een imposant bedrijf, waar onwaarschijnlijke hoeveelheden cement worden geproduceerd.
Tijdens de rondleiding viel op dat er nauwelijks personeel rond liep. De fabriek was leeg en de productie leek geheel geautomatiseerd te verlopen. De directeur vertelde dat het bedrijf sinds enkele jaren een nieuwe werkwijze had geїntroduceerd. Er is een controlekamer gebouwd, waar je de hele fabriek kunt overzien en alle processen in de gaten kunt houden. En er zijn multidisciplinaire teams ingevoerd. Deze teams hebben de verantwoordelijkheid om het bedrijfsproces te controleren, onderhoud uit te voeren, eventuele mankementen te verhelpen en te zorgen dat de boel schoon blijft. In het begin hadden deze teams erg moeten wennen. Inmiddels verloopt het goed en is er veel efficiencywinst geboekt. De teams werken op voorstel van de medewerkers zoveel mogelijk in een vaste samenstelling, waardoor ze goed op elkaar in zijn gespeeld. De directeur vertelde dat de teams ondertussen geregeld met voorstellen komen, om nog efficiёnter te werken en de kwaliteit te verbeteren. Zo hadden de medewerkers onlangs voorgesteld dat ze leerden lassen, zodat ook dit onderhoud door de teams zelf kon worden uitgevoerd.
Nu weet ik wel dat de zorg anders is dan een fabriek. Een volledig geautomatiseerd proces is in de zorg niet mogelijk. De zorg houdt zich immers bezig met mensen en niet met cement. Toch begon ik te fantaseren over een controlekamer in de zorg, waarvandaan je de patiёnten in de gaten kunt houden. Vooral ‘s nachts kan ik me daar wel wat bij voorstellen. En ik fantaseerde over vaste multidisciplinaire teams, die er met elkaar voor moeten zorgen dat alle processen rondom de patiёnten goed verlopen. Teams die gezamenlijk de patiёnten behandelen en verzorgen, de administratie doen, de afdeling schoonmaken, het eten verzorgen en die, misschien wel het belangrijkste, gezamenlijk stagnaties en knelpunten oplossen.
Zou dat ook in de zorg tot efficiencywinst leiden? En zouden vaste multidisciplinaire teams spontaan met voorstellen komen om de zorg rond de cliёnt te verbeteren? Ik weet het niet, maar ik vind het leuk om er over te fantaseren. Patienten en cement, een wonderlijke vergelijking. Maar wel een vergelijking, die de fantasie prikkelt.
