Eveline Kroezen

Categorie archief: 'welzijn & maatschappelijke dienstverlening'

Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) heeft berekend dat met ingang van 2013 ruim 200.000 mensen hun indicatie voor begeleiding en/of dagbesteding verliezen. Tweehonderdduizend mensen! Vijfendertig procent van deze mensen heeft psychiatrische problemen, zoals schizofrenie of een persoonlijkheidsstoornis. Ongeveer dertig procent heeft een verstandelijke beperking. Al deze 200.000 mensen hadden voorheen recht op zorg, die werd betaald vanuit de AWBZ. De verantwoordelijkheid voor het organiseren van deze zorg wordt overgedragen aan gemeentes. Bovendien vervalt het recht op zorg, het wordt een voorziening. Simpel gezegd betekent dit dat gemeentes zorg kunnen weigeren als het geld op is.

Gemeentes hebben dus de taak om voorzieningen te organiseren voor mensen met chronische beperkingen. Dat is een grote opgave. Zeker omdat de verwachting is dat gemeentes dat beter en goedkoper kunnen doen dan de AWBZ. Zij kennen de locale situatie immers en kunnen vrijwilligers, mantelzorgers of locale welzijnsvoorzieningen inzetten. Maar gemeentes hebben nog niet zoveel verstand van deze 200.000 mensen en hun beperkingen. Laat staan van de specifieke behoeftes van deze mensen. Daardoor zijn veel gemeentes geneigd om de bestaande zorg voort te zetten en de bestaande zorgaanbieders in te zetten. Dat vind ik jammer. Naar mijn idee zou het goed zijn als gemeentes hun eigen visie ontwikkelen. Bij voorkeur een visie, waarin participatie centraal staat. Vanuit deze visie kunnen zij een samenhangend aanbod ontwikkelen en aangeven welke vragen zij hebben aan zorgaanbieders. Dit lijkt me een spannend proces, waardoor de zorg echt kan vernieuwen. En, veel belangrijker, waardoor de maatschappelijke participatie van deze 200.000 mensen met een beperking groeit.

 

 

   

Geen reacties » | Permanente link

C3 denkt na over de toekomst van de zorg. De vraag naar zorg zal de komende jaren immers toenemen. Dit komt doordat de zorg steeds meer mensen kan helpen. Bovendien doet de gemiddelde Nederlander eerder een beroep op de zorg dan vroeger. Ook de vergrijzing speelt een belangrijke rol. De vraag is hoe de zorg al deze zorgvragen kan beantwoorden. Natuurlijk moet de zorg de mogelijkheden, die ICT biedt, veel beter benutten. Natuurlijk moeten onnodige onderzoeken en behandelingen zo snel mogelijk geschrapt worden. Natuurlijk moeten zorginstellingen veel beter en efficiënter met elkaar samenwerken. En natuurlijk moet er een oplossing gevonden worden voor het dreigende personeelstekort.

Toch denk ik dat de oplossingen vooral buiten de zorg gezocht moeten worden. Dat we er  vooral voor moeten zorgen dat minder mensen een beroep doen op de zorg. Dit kan door het bevorderen van een gezonde leefstijl. En door het stimuleren van sociale verbanden, waardoor mensen meer voor elkaar gaan zorgen. Dit kan door het faciliteren van mantelzorgers en door de talenten van mensen met een beperking beter te benutten.

Over dit soort oplossingen zou het veel meer moeten gaan. Dit vraagt van de zorg dat zij buiten haar eigen kaders denkt. En dat zij bereid is om los te laten en misschien zelfs wel om een deel van haar budget in te leveren. Het vraagt van verzekeraars en overheid de moed om flink te investeren in de informele zorg en in preventie. Ook al zijn de voordelen op dit moment nog niet altijd aantoonbaar. En het vraagt van welzijn en maatschappelijke dienstverlening dat zij vernieuwende concepten ontwikkelt en dat zij de resultaten van haar werk veel beter zichtbaar maakt. Niet alleen in verhalen, maar ook in harde euro’s.

   

Geen reacties » | Permanente link

De rol van de hulpverlening verandert. Dit geldt vooral voor de maatschappelijke dienstverlening en voor de begeleidingsfuncties, die naar de WMO overgaan. Het uitgangspunt is immers dat burgers meer voor zichzelf en voor elkaar gaan zorgen.

Dit betekent dat de taak van de hulpverlener wijzigt. Hulpverleners komen steeds meer in de rol van wegwijzer, begeleider en coach terecht en voeren de dienstverlening steeds minder zelf uit. Hulpverleners gaan bijvoorbeeld op zoek naar iemand, die de moeilijke formulieren in kan vullen, en zullen dit steeds minder zelf doen. Hun sociale functie vervalt en cliënten zijn daarvoor aangewezen op een vrijwilliger of op activiteiten in de buurt. Zorgen voor wordt zorgen dat.

Veel hulpverleners moeten wennen aan deze nieuwe rol. Zij hebben het gevoel dat zij de cliënt niet echt helpen als zij alleen maar informatie meegeven of als zij een vrijwilliger of een mantelzorger inschakelen. Veel organisaties proberen hun medewerkers dan ook bij deze omslag te helpen en te ondersteunen.

Ik realiseer me echter steeds meer dat niet alleen hulpverleners aan de nieuwe manier van dienstverlening moeten wennen, maar ook cliënten en hun omgeving. Cliënten verwachten vaak dat problemen voor hen opgelost worden en dat moeilijke taken van hen worden overgenomen. Daardoor zijn cliënten en hun omgeving vaak teleurgesteld in de hulpverlening, zij krijgen immers niet de hulp die ze verwacht hadden. De veranderende hulpverlening zal dus aan de cliënten, aan hun omgeving en aan de maatschappij moeten worden uitgelegd. Hier ligt een taak voor hulpverleners, maar er ligt ook een taak voor de overheid. Het is belangrijk dat cliënten weten wat ze kunnen verwachten van de hulpverlening, maar ook waar ze niet (meer) op kunnen rekenen.

   

Geen reacties » | Permanente link

Sep 1

Armoede

geplaatst om 14:12 in categorie Algemeen, welzijn & maatschappelijke dienstverlening

In Nederland spreken we van armoede als een gezin een inkomen heeft van minder dan 11.532 euro per jaar. Dat is dus minder dan 1.000 euro per maand. Het Sociaal en Cultureel Planbureau heeft onderzoek gedaan naar de toekomst van kinderen die in armoede opgroeien. Deze kinderen komen op volwassen leeftijd niet vanzelf ook in armoede terecht. Het is dus in Nederland mogelijk om van een dubbeltje een kwartje te worden.

Toch zitten er wel een paar haken en ogen aan. Kinderen, die in armoede opgroeien, hebben twee keer zoveel kans dan kinderen, die niet in armoede opgroeien, om op volwassen leeftijd onder de armoedegrens te leven. Kinderen, die langdurig in armoede leven, hebben zelfs vier keer zoveel kans. 15% van deze kinderen leeft later ook in armoede. Bovendien zijn kinderen, die in armoede opgroeien, als volwassene vaker sociaal uitgesloten. Zij zijn immers niet gewend om op een sportclub te zitten, een verjaardagspartijtje te geven of op vakantie te gaan.

Het is een beetje dubbel. Armoede is in Nederland niet levenslang en dat is natuurlijk fantastisch. Toch hebben kinderen, die in armoede opgroeien, een slechtere prognose. Niet alleen financieel, maar ook sociaal.

Het blijft dus van belang dat er maatschappelijk aandacht wordt besteed aan kinderen uit arme gezinnen. Met name het uitbreiden van hun sociale activiteiten en van hun sociale vaardigheden is daarbij van belang. Of ze later arm blijven of rijk worden, een sociaal isolement is voor (bijna) niemand prettig.

 

   

Geen reacties » | Permanente link

May 1

Aandacht helpt

geplaatst om 20:47 in categorie welzijn & maatschappelijke dienstverlening

Opnieuw is aangetoond dat investeringen in welzijn en maatschappelijke dienstverlening rendabel zijn. Stichting Maat heeft namelijk op basis van onderzoek geconcludeerd dat ouderen, die de kans krijgen om over levensvragen te praten, minder snel naar de dokter gaan. Elke euro die geïnvesteerd wordt in aandacht, bespaart vier euro aan zorg.

Aandacht helpt dus. Aandacht voorkomt dat mensen psychische klachten ontwikkelen en het maakt dat mensen met lichamelijke klachten minder snel naar de dokter gaan. Aandacht werkt preventief. Dit lijkt geen opzienbarende uitkomst, het is immers iets wat we allang weten. Toch vind ik het belangrijk dat dergelijke fenomenen met onderzoek worden onderbouwd. Ik hoop namelijk dat beleidsmakers hun beleid op basis van dergelijk onderzoek aanpassen. Op dit moment bezuinigen veel gemeenten op welzijn en maatschappelijke dienstverlening. Dat is zonde. Overheden en zorgverzekeringen zouden juist méér moeten investeren in activiteiten, die een preventieve werking hebben. Zij moeten investeren in “aandacht”. Dat is niet alleen prettig voor de burgers, omdat zij zich daardoor minder ziek voelen en de kwaliteit ven hun leven verbetert. Het is nog kostenbesparend ook.

Lees ook mijn eerdere blog over dit onderwerp: http://evelinekroezen.c3log.nl/het-rendement-van-welzijn-maatschappelijke-dienstverlening/

   

Geen reacties » | Permanente link

In de laatste Zorg&Welzijn las ik verheugend nieuws, namelijk dat er onderzoek is gedaan naar het rendement van welzijn (zie http://www.zorgwelzijn.nl/web/Actueel/Nieuws/Jet-Bussemaker-Beloon-welzijnswerk-voor-de-kosten-die-het-helpt-voorkomen.htm ). Het onderzoek is uitgevoerd door SEO economisch onderzoek. Uit het onderzoek blijkt dat welzijnsprojecten ervoor zorgen dat mensen gezonder worden, minder depressief zijn en minder risicogedrag vertonen. Ook blijkt dat deze projecten geld besparen. Het project “Meer bewegen voor ouderen” bespaart bijvoorbeeld € 270,– per deelnemer.

Het is voor zover ik weet een van de eerste keren dat er onderzoek is gedaan naar het rendement van welzijn en maatschappelijke dienstverlening. Ik vind dat een hele goede zaak. Het is algemeen bekend dat de zorg in de toekomst onbetaalbaar wordt. Welzijn kan een belangrijke bijdrage leveren aan het terugdringen van de vraag naar zorg en dus van de zorgkosten. Maar dan moet de welzijnssector wel laten zien welke bijdrage zij levert en hoeveel geld daarmee bespaard wordt. Tot nu toe was de sector welzijn en maatschappelijke dienstverlening daar niet goed in. Dit is naar mijn idee een van de oorzaken dat de sector niet erg serieus genomen wordt en landelijk weinig invloed heeft. Ik hoop dan ook dat er nog veel meer onderzoeken worden gedaan naar het rendement van welzijn.

   

Geen reacties » | Permanente link

Wilt u deze berichten via de email?


Zoeken