Eveline Kroezen

Jan 2

Efficiente zorg

geplaatst om 11:02 in categorie Algemeen, Ruim denken

Binnenkort ga ik met mijn zoon naar Afrika. Daarvoor heb je inentingen nodig. Dus de huisarts gebeld en een afspraak gemaakt. Vervolgens gebeurde er het volgende:

1. We moesten allebei een formulier invullen, waarop we aangaven welke inentingen we al gehad hadden. Dit hebben we keurig overgeschreven uit ons gele boekje, waarin alle inentingen staan genoteerd.
2. De praktijkverpleegkundige belde. Mijn zoon en ik hadden allebei een inenting nodig. Ze zou het recept naar de apotheek mailen, waar we het konden afhalen. Ik had echter een inenting voor gele koorts nodig en die mocht zij niet geven. Ik moest daarvoor een afspraak maken met een andere huisarts, die daarvoor erkend is.
3. Ik heb een afspraak gemaakt bij de andere huisarts.
4. Mijn zoon heeft de medicijnen afgehaald bij de apotheek
5. Mijn zoon en ik zijn samen bij onze eigen huisarts geweest. De praktijkverpleegkundige heeft mijn zoon een inenting gegeven, we kregen een recept mee voor malariapillen en we zijn voorgelicht over de voorzorgsmaatregelen, die we kunnen nemen.
6. We hebben de malariapillen afgehaald bij de apotheek
7. Ik heb de andere huisarts bezocht en kreeg daar een inenting tegen gele koorts.

Een omslachtig proces dus en niet erg klantvriendelijk.

Het had ook als volgt gekund:

1. Ik maak een afspraak bij de huisarts
2. Bij het consult kijkt hij in mijn elektronisch dossier, geeft me de juiste inentingen, licht mij voor over preventieve maatregelen en geeft malariapillen mee.

Dat zou een stuk makkelijker voor mijn zoon en mij zijn geweest. Het zou een stuk efficiënter en dus goedkoper zijn. Inmiddels heb ik begrepen dat ik ook naar een reizigerspoli had kunnen gaan. Daar heeft de huisarts me echter niet naar verwezen. Zou dat de marktwerking zijn?

 

 

   

Geen reacties » | Permanente link

Dec 15

Waarde lezer, wie bent u?

geplaatst om 15:36 in categorie Algemeen

Een jaar geleden heb ik mijn eerste blog geschreven. Ik moest toen wel over een drempel heen. Ik vond het namelijk een raar idee om mijn observaties, meningen en ideeen op internet te zetten, waar iedereen ze kan lezen. Je hebt immers geen idee wat er vervolgens mee gebeurt. En ook niet of er uberhaupt wel iemand is die ze leest.

Gedurende het afgelopen jaar heb ik gemerkt dat ik het leuk vind om te bloggen. Door het schrijven van een blog denk ik toch net wat langer over een onderwerp na. En het dwingt me om mijn gedachten goed te ordenen en helder weer te geven. Ook kijk ik anders naar de wereld om me heen, omdat ik steeds op zoek ben naar een onderwerp voor een nieuwe blog. Toch blijft het een raar idee dat ik niet weet wie mijn blogs leest en wat mijn lezers ervan vinden.

Gelukkig houdt het blogsysteem van C3 statistieken bij. Daarin kan ik zien dat mijn blogs het afgelopen jaar ruim 10.000 hits hadden, waarvan 5.000 unieke.  Dit betekent dat 5.000 mensen een blik hebben geworpen op een of meerdere van mijn blogs. Ik ben heel benieuwd wie dat zijn. Lezen jullie mijn blogs goed? En zo ja, wat vinden jullie ervan? Worden jullie erdoor op ideeen gebracht? Hebben jullie er wat aan? Kortom:

Waarde lezer, wie bent u?

   

Geen reacties » | Permanente link

Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) heeft berekend dat met ingang van 2013 ruim 200.000 mensen hun indicatie voor begeleiding en/of dagbesteding verliezen. Tweehonderdduizend mensen! Vijfendertig procent van deze mensen heeft psychiatrische problemen, zoals schizofrenie of een persoonlijkheidsstoornis. Ongeveer dertig procent heeft een verstandelijke beperking. Al deze 200.000 mensen hadden voorheen recht op zorg, die werd betaald vanuit de AWBZ. De verantwoordelijkheid voor het organiseren van deze zorg wordt overgedragen aan gemeentes. Bovendien vervalt het recht op zorg, het wordt een voorziening. Simpel gezegd betekent dit dat gemeentes zorg kunnen weigeren als het geld op is.

Gemeentes hebben dus de taak om voorzieningen te organiseren voor mensen met chronische beperkingen. Dat is een grote opgave. Zeker omdat de verwachting is dat gemeentes dat beter en goedkoper kunnen doen dan de AWBZ. Zij kennen de locale situatie immers en kunnen vrijwilligers, mantelzorgers of locale welzijnsvoorzieningen inzetten. Maar gemeentes hebben nog niet zoveel verstand van deze 200.000 mensen en hun beperkingen. Laat staan van de specifieke behoeftes van deze mensen. Daardoor zijn veel gemeentes geneigd om de bestaande zorg voort te zetten en de bestaande zorgaanbieders in te zetten. Dat vind ik jammer. Naar mijn idee zou het goed zijn als gemeentes hun eigen visie ontwikkelen. Bij voorkeur een visie, waarin participatie centraal staat. Vanuit deze visie kunnen zij een samenhangend aanbod ontwikkelen en aangeven welke vragen zij hebben aan zorgaanbieders. Dit lijkt me een spannend proces, waardoor de zorg echt kan vernieuwen. En, veel belangrijker, waardoor de maatschappelijke participatie van deze 200.000 mensen met een beperking groeit.

 

 

   

Geen reacties » | Permanente link

Nov 28

Het verhaal van de apotheker

geplaatst om 10:28 in categorie Algemeen

Op 22 november schreef ik een blog over de toekomst van de zorg (http://evelinekroezen.c3log.nl/de-toekomst-van-de-zorg/). Het algemene verhaal dat ik daar vertelde, wil ik graag verduidelijken met een voorbeeld uit de praktijk. Een apotheker vertelde mij dat veel oudere patiënten hun medicijnen op zo’n manier laten bezorgen, dat er zo vaak mogelijk een bezorger aan de deur komt. Zij doen dit door steeds een ander recept te laten bezorgen en niet alle recepten in één keer. De apotheker vermoedt dat dit komt doordat deze patiënten zich eenzaam voelen en behoefte hebben aan een praatje. Al is het maar een praatje met de bezorger van de apotheek. Door deze inefficiënte werkwijze, die overigens heel begrijpelijk is, wordt de zorg duurder.

De apotheker kan het zo laten. Hij kan het signaal echter ook oppakken en bij de gemeente of bij een welzijnsorganisatie neerleggen. Deze kunnen activiteiten opzetten, waardoor de ouderen zich minder eenzaam voelen. Bijvoorbeeld een telefooncirkel, waarbij de ouderen elkaar dagelijks opbellen. Maar er zijn natuurlijk allerlei andere activiteiten te bedenken om de eenzaamheid te doorbreken. Deze mensen zullen daardoor waarschijnlijk minder beroep doen op de bezorger van de apotheek. Het zou me niet verbazen als zij überhaupt minder medicijnen nodig hebben, omdat zij meer sociale contacten hebben. Zo dalen de kosten van de zorg.

Een klein voorbeeld uit de dagelijkse praktijk. Ongetwijfeld zijn er nog veel meer voorbeelden. Ik houd me daarvoor van harte aanbevolen.

   

Geen reacties » | Permanente link

C3 denkt na over de toekomst van de zorg. De vraag naar zorg zal de komende jaren immers toenemen. Dit komt doordat de zorg steeds meer mensen kan helpen. Bovendien doet de gemiddelde Nederlander eerder een beroep op de zorg dan vroeger. Ook de vergrijzing speelt een belangrijke rol. De vraag is hoe de zorg al deze zorgvragen kan beantwoorden. Natuurlijk moet de zorg de mogelijkheden, die ICT biedt, veel beter benutten. Natuurlijk moeten onnodige onderzoeken en behandelingen zo snel mogelijk geschrapt worden. Natuurlijk moeten zorginstellingen veel beter en efficiënter met elkaar samenwerken. En natuurlijk moet er een oplossing gevonden worden voor het dreigende personeelstekort.

Toch denk ik dat de oplossingen vooral buiten de zorg gezocht moeten worden. Dat we er  vooral voor moeten zorgen dat minder mensen een beroep doen op de zorg. Dit kan door het bevorderen van een gezonde leefstijl. En door het stimuleren van sociale verbanden, waardoor mensen meer voor elkaar gaan zorgen. Dit kan door het faciliteren van mantelzorgers en door de talenten van mensen met een beperking beter te benutten.

Over dit soort oplossingen zou het veel meer moeten gaan. Dit vraagt van de zorg dat zij buiten haar eigen kaders denkt. En dat zij bereid is om los te laten en misschien zelfs wel om een deel van haar budget in te leveren. Het vraagt van verzekeraars en overheid de moed om flink te investeren in de informele zorg en in preventie. Ook al zijn de voordelen op dit moment nog niet altijd aantoonbaar. En het vraagt van welzijn en maatschappelijke dienstverlening dat zij vernieuwende concepten ontwikkelt en dat zij de resultaten van haar werk veel beter zichtbaar maakt. Niet alleen in verhalen, maar ook in harde euro’s.

   

Geen reacties » | Permanente link

Nov 10

Samenwerkingsvormen

geplaatst om 22:34 in categorie Algemeen

Gisteren gaven Hans Hoek en ik een workshop over samenwerkingsvormen in de zorg. Tijdens deze workshop presenteerden we een model, dat we hebben ontwikkeld om te bepalen welke vorm van samenwerking het meest geschikt is. Centraal in dit model staat het doel dat de organisaties met de samenwerking willen bereiken. Uitgaande van dit doel bepalen de samenwerkingspartners wat dit op een aantal dimensies betekent. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om dimensies als zeggenschap, de mate van binding en de duur van de samenwerking. Als daar een beeld van is, kan men vrij eenvoudig de optimale samenwerkingsvorm bepalen. We zijn van plan om in de toekomst wat uitgebreider over dit model te publiceren.

Vervolgens hebben we twee praktijksituaties besproken. Dit leidde tot enkele tips, die ik u niet wil onthouden.

  1. Begin met het bepalen van de (sub)doelen
  2. Kies voor de meest lichte en eenvoudige vorm van samenwerking, waarmee je deze doelen kunt bereiken
  3. Analyseer bestaande samenwerkingsverbanden geregeld en let daarbij op het strategisch belang, het doel en de mate van zeggenschap die je in deze samenwerking hebt.

Op 23 november geven we weer een workshop over samenwerkingsvormen in de zorg. Voor deze workshop zijn nog enkele plaatsen beschikbaar.

   

Geen reacties » | Permanente link

Bestuurders zitten vaak in een eenzame positie. Natuurlijk kunnen zij complexe problemen bespreken met hun interne adviseurs en met hun managers. Bij een meerhoofdige Raad van Bestuur hebben de bestuurders als het goed is ook steun aan elkaar. Verder kunnen bestuurders bij ingewikkelde kwesties gebruik maken van de kennis en ervaring van hun Raad van Toezicht. Maar uiteindelijk moeten zij zelf de beslissing nemen. Dat hoort nu eenmaal bij hun positie en daarvoor worden ze betaald.

Er speelt echter nog een ander fenomeen. Bestuurders krijgen namelijk zelden eerlijke feedback van hun medewerkers. Ook al denken zij zelf dat dit wel het geval is. De onderlinge verhoudingen belemmeren dit. Roos Vonk deed onderzoek naar slijmen. Zij constateerde dat hoe hoger in de boom iemand zit, hoe meer er tegen hem of haar geslijmd wordt. En slijmen werkt. Bestuurders zijn net als andere mensen gevoelig voor slijmen. Daarmee wordt hun positieve zelfbeeld namelijk bevestigd en dat vindt ieder mens prettig.

Bestuurders zitten dus niet alleen in een isolement omdat zij de eindverantwoordelijkheid hebben, maar ook omdat zij nauwelijks eerlijke terugkoppeling krijgen. In de workshop “Psychologie voor bestuurders” bleek dat de aanwezige bestuurders zich heel goed bewust zijn van deze kwetsbare positie. Zij proberen dit op verschillende manieren te ondervangen. De een laat een vertrouwde adviseur geregeld door de organisatie lopen en op basis daarvan feedback geven. De ander zorgt ervoor dat hij een externe coach heeft. De derde heeft om die reden gekozen voor een tweehoofdige Raad van Bestuur. Er zijn vast nog veel meer manieren. Maar hoe dan ook, het is lonely at the top. Daar moet je als bestuurder tegen kunnen.

   

Geen reacties » | Permanente link

Oct 7

Zomaar een observatie

geplaatst om 20:09 in categorie Algemeen

De meeste bestuurders en directeuren stellen hun organisatie voor door te beschrijven in welke sector de organisatie werkt, hoeveel medewerkers ze hebben en hoeveel omzet er gemaakt wordt. Afgelopen week sprak ik enkele mensen, die directeur/eigenaar zijn van een zorgorganisatie. Zij beschreven hun organisatie door te vertellen hoeveel cliënten ze hebben en welke producten ze leveren. Ik vind dat een opvallend verschil. Misschien is het veelzeggend, misschien is het puur toeval. Wat denkt U?

   

Geen reacties » | Permanente link

Oct 1

Te gast bij een congres voor dokters

geplaatst om 15:23 in categorie verbinden en leren

Afgelopen week was ik te gast bij het jaarcongres van de  European Society for Paediatric Endocrinology. Dit congres vond plaats in Glasgow en er waren zo’n 3000 kinderartsen vanuit de hele wereld aanwezig. De deelnemers waren zeer gemotiveerd met de ontwikkeling van hun vak bezig. Zij wilden graag de laatste stand van zaken weten om deze te kunnen toepassen in hun dagelijkse praktijk. Tot laat in de avond werd er doorgepraat over de patiënten en werden er ervaringen uitgewisseld.

Het verbaasde mij dat er vooral aandacht werd besteed aan wat de dokter zelf kan doen. Op welk moment hij moet verwijzen, welke medicijnen hij voorschrijft en wanneer. Hoe hij door middel van betere gespreksvoering de therapietrouw kan vergroten. Er was echter nauwelijks aandacht voor het betrekken van de ouders bij de behandeling, laat staan de patiënten zelf. De inzet van sociale media of van interactieve methodieken kwam niet aan bod. Blijkbaar wordt er nog erg gedacht vanuit het model waarin de dokter weet wat goed is voor de patiënt. Dat vind ik jammer. Ik ben er namelijk van overtuigd dat een behandeling, waarin de patiënten en de mensen om hen heen optimaal betrokken worden, tot betere resultaten leidt.

   

Geen reacties » | Permanente link

Onlangs sprak ik een directeur-bestuurder die recent ontslag nam, omdat hij een nieuwe baan heeft. Hij vertelde dat hij verrast was door de emotionele reactie van zijn medewerkers op de aankondiging van zijn vertrek. In zijn geval waren de medewerkers vooral verdrietig. Ik herken dit. Toen ik ruim een jaar geleden ontslag nam als directeur-bestuurder was ook ik verbaasd over de heftige reacties van mijn medewerkers. In mijn geval was er naast verdriet ook kwaadheid, medewerkers voelden zich in de steek gelaten. De reacties waren veel heftiger dan de eerdere keren dat ik ontslag nam. Ook andere directeuren en bestuurders blijken deze ervaring te hebben.

Waar komt die heftige reactie vandaan? Ik denk dat het voor een deel te maken heeft met de bijzondere positie van de directeur/bestuurder. De directeur/bestuurder is immers het boegbeeld van de organisatie. Niet alleen extern, maar ook intern. Alle medewerkers hebben een mening over hun hoogste baas en er wordt geregeld over diens functioneren gesproken. Bovendien weten medewerkers heel goed dat iedere directeur/bestuurder zijn eigen stempel op de organisatie drukt. Het vertrek van een directeur/bestuurder en de komst van een nieuwe leider is daarmee per definitie een ingrijpende gebeurtenis voor een organisatie.

Toch denk ik dat dit niet de enige verklaring is voor de reactie van medewerkers op het vertrek van een directeur of bestuurder. Ik denk dat er ook een psychologisch fenomeen speelt, namelijk overdracht. Overdracht is een begrip dat is ontwikkeld door Sigmund Freud. Onder overdracht verstaat hij dat mensen gevoelens hebben bij personen met een zeker autoriteit, die eigenlijk niets met die persoon te maken hebben. Simpel gezegd zal iemand die tegen zijn ouders opkeek, ook tegen de directeur/bestuurder opkijken. Iemand, die door zijn ouders werd verwaarloosd, zal snel vinden dat hij te weinig aandacht krijgt van de directeur/bestuurder en iemand die vaak in de steek is gelaten zal zich snel in de steek gelaten voelen door de directeur/bestuurder. Bij het vertrek van een directeur/bestuurder spelen deze gevoelens, die gebaseerd zijn op overdracht, mee. Medewerkers reageren niet alleen op het vertrek van de directeur/bestuurder. Vanuit de overdracht komen daar ook oudere gevoelens bij. Dit verklaart naar mijn idee de heftigheid van reacties van medewerkers op het vertrek van een directeur of een bestuurder.

   

1 Reactie » | Permanente link

Wilt u deze berichten via de email?


Zoeken